Op deze zondagavond kruip ik nog even in mijn pen.
Want onverwachts was dit een week gevuld met rouw, middenin het trouwseizoen.
Niet alleen in bijberoep, maar ook in mijn hoofdberoep.
Een deel van mijn takenpakket binnen mijn hoofdberoep is op huisbezoek gaan bij klanten. Eén keer bij opstart, en één keer voor een jaarlijkse herziening van hun dossier. Voor de overheid gaat het daar om documenten opvragen, prijs berekenen en premies bekijken.
Een groot deel van de klanten in de regio waar ik verantwoordelijk voor ben, zijn ouderen. Gezien de mensen steeds ouder worden vandaag de dag, tref ik ook steeds meer oudere mensen alleen aan. Soms hebben ze daar vrede mee, maar meestal zijn ze ontzettend eenzaam.
Deze week leverde dit onverwacht de mooiste gesprekken op.
Ik had het geluk om bij de start van mijn verhaal bij mijn werkgever een fantastische mentor te hebben. Want op mijn 24 jaar bij mensen binnen stappen die al een heel leven achter zich hebben, dat was best wat. Officieel krijgen we één uur om jaarlijks tijd te nemen voor klanten. Om een dossier in orde te brengen en een hele checklist af te vinken. Mijn mentor leerde mij om eerst te luisteren naar de mensen. De laptop blijft dan dicht. Pas als het juist voelt open ik mijn laptop en begin ik hun dossier in orde te brengen.
Wat een gouden tip!
Ik kwam bij een hoogbejaarde dame terecht, die nog steeds alleen thuis woont ondanks haar hoge leeftijd. Er is meteen een soort vertrouwdheid als ik binnenwandel want het is een gekende klant. Al snel neemt het gesprek een emotionele wending aan. Het gaat over afscheid nemen en hoe dat met ouder te worden steeds vaker je leven binnendringt. Over het afscheid van haar echtgenoot waarmee ze het grootste deel van haar leven heeft gedeeld. Want welke leeftijd iemand ook heeft, als je iemand graag ziet, doet afscheid altijd pijn en komt het altijd te vroeg. Het is een deel van jezelf verliezen want na zoveel jaren samen ben je één geworden. Ze vertelde me over hoe ze net te horen had gekregen dat haar zus overleden was. Dankbaar dat ze afscheid had kunnen nemen. Maar hoe dat afscheid nemen van broers en zussen, van haar man en van vrienden steeds vaker voorkomt. Hoe haar cirkel steeds kleiner wordt en verdriet en rouw dagelijks deel is van haar dag.
Ik laat haar vertellen en luister. Ik vul nooit in, want ik weet niet hoe het is om oud te zijn, om afscheid te moeten nemen van mijn partner waar ik meer dan 60 jaar liefde mee gedeeld heb, hoe het is om mijn jongere broer of zus te moeten afgeven, of hoe mijn wereld steeds kleiner wordt. Ik kan medeleven tonen, ik kan mij inleven, maar ik kan niet voelen in haar plaats.
Ze deelt zoveel moois, en ik besef op dat moment dat dat eigenlijk vaak zo is. Hoe oudere mensen veel sneller delen, hoe ze sneller muren laten zakken en vertellen. Over het leven, over de liefde, over vasthouden en loslaten. Misschien omdat ze daar niet zo vaak meer de kans toe krijgen? Of misschien omdat ze beseffen dat dat belangrijk is? Misschien moet ik dat een volgende keer wel eens vragen.
Ze vraagt of ik niet eens achter de hoek wil gaan kijken. Daar staat zijn foto met zijn urne. Tuurlijk zeg ik nog. Ik draai de hoek om. En daar staat hij. In dezelfde urne als mijn eigen oma. Kippenvel over heel mijn arm. En instant gaan al mijn muren naar beneden. Ik vertel haar over mijn oma en over hoe haar assen in dezelfde urne bewaard worden. Thuis bij mijn opa, net zoals haar man bij haar thuis. Over hoe ze vertelde, voor ze het leven losliet, dat ze op een plek wilde staan waar iedereen haar zien kon, zodat we haar niet zouden vergeten. Alsof we ooit.
En daar in dat moment, zie ik iets in haar gezichtsuitdrukking veranderen. Haar gezicht ontspant, haar ogen glanzen en ze vertelt. Ze vertrouwt me in dat moment haar kwetsbaarheid toe. Geen idee hoe lang ik daar gezeten heb. Maar die laptop, die ging pas open toen ik voelde dat ze er oké met was. Dat ze voor die dag voldoende had mogen vertellen.
Wat voor overheid een vinkje was bij alweer een dossier dat in orde is. Was voor mij en voor haar een moment van delen, delen over rouw over generaties heen. Ik ging met een gevuld hart en met een warm gevoel, weer terug naar kantoor.
Later die week zou ik nog zo een huisbezoek doen, bij opnieuw een bejaarde dame. De laatste keer dat ik ze zag was ze best terughoudend, maar ik voelde meteen bij binnenkomst dat het deze keer anders zou zijn. Ook zij was haar man recent verloren na een kort ziektebed. Haar horen vertellen over zijn laatste dagen deed ook mij even slikken. Ik zag dat erover vertellen haar opluchtte dus ik luisterde. Ik liet haar tranen wegvegen en weer verder vertellen. En dan zei ze iets wat ik nooit meer zal vergeten. Over hoe zelfs alle pennen en potloden uit de drukkerij niet kunnen beschrijven wat voor pijn en gemis ze voelt sinds het overlijden van haar echtgenoot.
De tijd tikte verder, ik had nog steeds geen dossier ingevuld. Maar ze vroeg me lief of ik nog tijd had om nog even naar haar te luisteren. Tuurlijk, zei ik. Loog ik. Ik was al ver voorbij de tijd die ik voorzien had, de tijd die ik daarvoor krijg. Ze glimlachte, haar schouders zakte, en ze vertelde verder. Tot op het punt dat ze klaar was om haar dossier in orde te brengen. Ik vertelde haar dat ik volgend jaar opnieuw langs zou komen, maar dat als ze me vroeger nodig had, ze mij altijd mocht bellen. Waar staat je nummer vroeg ze, en of ik het wilde aanduiden. Of hoe ze alles vergeet, maar zeker ging onthouden dat ik over één jaar weer terug ging komen.
Als ik er dan nog ben zeggen oudere mensen standaard bij een huisbezoek.
Daar ga ik altijd van uit zeg ik dan. En dat meen ik ook echt.
Ook daarnaast mocht ik voor Avélie (mijn bijberoep) luisteren en schrijven. Ik mocht twee uitvaarten uitwerken en voorgaan. Als ik een familie ontmoet maak ik mijn hele agenda vrij de rest van de avond. Zo hoef ik niet op mijn klok te kijken als ik bij mensen zit en kan ik ze zo zolang laten vertellen als ze dat zelf willen. Of dat nu één, twee of drie uur is. Ik luister, vraag door, maak notities van wat ik hoor en probeer vooral te voelen. Wat volgt zijn avonden van schrijven, van foto’s sorteren, liedjes converteren en filmpjes maken.
Ik leefde een hele week mee met hen, zowel in hoofdberoep, als bijberoep.
Er werden knuffels gegeven en warmte gedeeld.
Er werdentranen gedroogd en verdriet toegelaten.
Er werd verteld over hele mooie mensen,boeken vol levensverhalen.
Of ook wel hoe hoofdberoep en bijberoep elkaar soms kruisen.
Hoe rouw in ieders leven verweven zit. Hoe het deel is van mensen en dat ook mag zijn.
Hoe je het meeneemt doorheen de tijd en het andere lagen krijgt.
Hoe tijd het meest kostbare bezit is, ook al beseffen we dat niet altijd ten volle in de ratrace die het leven is.
In een sector waar besparingen vanuit de overheid ons steeds vaker de keel dichtknijpen, blijf ik luisteren en tijd maken voor wat er écht toe doet.
Want als ik ooit zo oud mag worden, dan hoop ik maar dat iemand zich focust op mij als mens, en niet op hoeveel ik straks moet gaan betalen om geholpen te worden.
Want als ik ooit zoveel jaar getrouwd mag zijn en ik mijn partner heb moeten afgeven aan het leven, dan hoop ik maar dat iemand meer zegt dan “het hoort bij het leven”. Want zoveel jaren samen vat je niet samen in één zin.
En wat mijn bijberoep betreft, daar ben ik heerlijk mijn eigen baas. Geen besparingen, geen tijdslimieten. Gewoon doen wat goed voelt, waar mijn hart voor klopt en waar mijn buikgevoel mij al van bij de start zegt dat het juist is.
Afsluiten doe ik deze week met de eerste aflevering van ‘Heel mijn hart’ met Ruth Beeckmans en Matthias Coppens. Over de liefde terug mogen vinden na overlijden van je partner. Of ik dan al moest wenen bij de eerste aflevering? Zeker en vast. Of ik dan ineens VTM GO+ aankocht zodat ik kon verder kijken? Ook zeker en vast.
Met een gevuld hart, en een dankbaarheid die verder reikt dan de wolken, sluit ik deze bijzonder mooie week af. Want er is geen verdriet zonder liefde. En dat is helemaal oké.
Een dikke knuffel voor wie het nodig heeft.
En volgende week? Dan is het tijd voor YES I DO! Dan blijf ik de liefde vieren voor zij die elkaar het jawoord geven. Let’s go!
(PS.: sorry aan boekhouder, die deadline schuift een dagje op).